Circulariteit gaat niet alleen over materialen. Het gaat ook over het doorgeven van kennis, vakmanschap en verantwoordelijkheid. Het hardhout uit oude Almeerse bruggen krijgt namelijk niet alleen een tweede leven in nieuwe bruggen binnen het groot onderhoud van de gemeente Almere, maar ook in het onderwijs. Studenten van Aeres MBO Almere leren niet uit een boek wat circulariteit betekent, maar ervaren het met hun eigen handen.
Van grondstof naar leerstof
Nederland wil in 2050 vrijwel volledig circulair zijn. Dat vraagt om andere materialen, andere ontwerpen en vooral: andere vakmensen. Want wie bouwt straks de klimaatbestendige stad als niemand meer weet hoe je duurzame constructies maakt?
Voor projectleider Joost Folbert van Knipscheer Infra is het antwoord helder.
“Je kunt hout versnipperen of verbranden. Dan krijgt het technisch gezien ook nog een tweede leven. Maar je kunt hetzelfde hout ook gebruiken om studenten op te leiden. Dan geef je niet alleen het materiaal een tweede leven, maar ook de kennis die erbij hoort.”
Het typeert de manier waarop Knipscheer naar circulariteit kijkt. Niet als het zoveel mogelijk hergebruiken van materialen, maar als een manier van denken waarin materialen, ontwerp, beheer én mensen met elkaar verbonden zijn.
Een brug is meer dan een brug
De bruggen die Knipscheer in Almere realiseert zijn ontworpen volgens het principe van Industrieel, Flexibel en Demontabel (IFD). Onderdelen kunnen worden vervangen, uitgewisseld of zelfs opnieuw worden gebruikt op een andere locatie. Bruggen worden daardoor geen eindproduct meer, maar een verzameling waardevolle bouwdelen. Ook de oude bruggen verdwijnen niet zomaar. “We slopen eigenlijk niet meer,” vertelt Folbert. “We oogsten.” De grote houten onderdelen worden opnieuw toegepast in nieuwe bruggen. Andere delen worden opnieuw bezaagd of krijgen een nieuwe bestemming. Een deel van dat hout komt terecht bij Aeres, waar studenten ermee gaan werken tijdens hun praktijklessen.
Leren van materiaal met een verleden
Voor vakdocent Jan Maarten zit juist daarin de kracht van deze samenwerking. “Studenten werken straks niet met nieuw hout uit de bouwmarkt, maar met materiaal dat jarenlang onderdeel is geweest van de openbare ruimte. Dat maakt het veel realistischer.” Tijdens de lessen bouwen studenten onder andere vlonders en plantenbakken. Ze leren hoe hardhout zich gedraagt, welke technieken nodig zijn om het goed te verwerken en waarom materiaalkeuzes ertoe doen.
Dat blijkt nog best uitdagend. “Hardhout vraagt veel meer van je gereedschap. Je moet anders boren, anders zagen en nauwkeuriger werken. Dat zijn precies de vaardigheden die studenten straks ook buiten tegenkomen.”
Vakmanschap als circulaire grondstof
Hoewel circulariteit vaak wordt gekoppeld aan materialen, draait het project misschien nog wel meer om mensen. Volgens zowel Knipscheer als Aeres dreigt (technisch) vakmanschap steeds schaarser te worden. Er is grote behoefte aan professionals die niet alleen begrijpen waarom iets duurzaam is, maar het ook daadwerkelijk kunnen maken. “Vakmanschap is iets wat we moeten koesteren,” zegt Folbert. “We kunnen met elkaar heel goed organiseren en managen, maar uiteindelijk moet er ook iemand zijn die iets moois kan bouwen.”
Daarom bestaat een groot deel van de BBL-opleiding uit praktijkonderwijs. Juist dankzij samenwerkingen met bedrijven kunnen zij oefenen met materialen uit echte projecten.
“Dankzij dit soort partners kunnen wij studenten laten werken met hoogwaardige materialen die anders nauwelijks beschikbaar zijn. Zo leiden we complete vakmensen op,” zegt Jan-Maarten.
Van brug naar praktijkles
Vanaf november 2026 gaan de eerste BBL-studenten van de Hoveniersopleiding aan de slag tijdens de praktijkmodule Technisch Werken. In de zandhal van Aeres bouwen zij onder meer hardhouten vlonders en plantenbakken met een geïntegreerd waterbuffersysteem voor het dakterras van de school. Het hout wordt vooraf in complete oefensets samengesteld, zodat iedere student dezelfde praktijkopdracht kan uitvoeren. Na afloop worden de constructies weer zorgvuldig gedemonteerd, waarna het materiaal opnieuw wordt gebruikt tijdens volgende lessen. Zo krijgt niet alleen het hout een tweede leven, maar wordt ook het onderwijs zelf circulair ingericht: materialen blijven in omloop en studenten leren al doende hoe duurzaam omgaan met grondstoffen er in de praktijk uitziet.
Onderwijs en bedrijfsleven bouwen samen aan de stad
De samenwerking laat zien hoe onderwijs en bedrijfsleven elkaar kunnen versterken. Knipscheer brengt actuele praktijkvraagstukken en materialen in. Aeres vertaalt die naar betekenisvolle leerervaringen. Studenten leren niet alleen een techniek, maar begrijpen ook waarom de keuzes achter een ontwerp ertoe doen; een circulaire stad ontstaat niet alleen door materialen opnieuw te gebruiken.
Ze ontstaat vooral doordat we een nieuwe generatie professionals opleiden die anders kijkt, anders ontwerpt en anders leert bouwen.
En soms begint dat allemaal… met een oude brug.
